Vijfhonderd stukjes

Het is vrijdagavond en ik zit thuis. Ik kijk naar de puzzel die voor mij op tafel ligt. Het is een puzzel van vijfhonderd stukjes. Een vriendin van mij raadde het aan. “Het structureert je gedachten.” Mijn kat ligt rustig naast mij op de stoel te slapen. “Wel eerst met de hoekjes en randjes beginnen. Anders kom je er niet uit.” Drukte ze me op het hart. Het is een chaos op tafel. Ik zucht eens diep. Wat structuur kan ik op dit moment wel gebruiken.

Ik draai alle stukjes met de gekleurde kant naar boven. Het is een hysterisch gekleurde puzzel. Zo eentje zonder voorbeeld. Hoe kwam ik hier terecht? Door gisteren: het is een doodgewone donderdagmiddag, zoals elke donderdag op kantoor. Tot de onzekerheid mij naar de keel grijpt. Ik had net een gesprek gehad met mijn leidinggevende. Ik moet mezelf kwetsbaarder opstellen. “Je bent een junior, je hebt veel te leren. Gedraag je niet als senior die alles al weet. Een senior kan ik niets meer leren.” Ware woorden. Echt heel erg waar. Ze drukt met de vinger op de pijnlijke plek. Toegeven dat ik iets niet kan en hulp nodig heb valt mij erg zwaar.

Na 3 keer 25 stukjes om te hebben gedraaid past er ineens ééntje. De hoeken en randjes liggen in een rechthoek voor mij op tafel. “Fucking kutpuzzel” denk ik. Het is al een tijdje aan de gang. Ik slaap slecht. Vergeet soms te eten. Bij schrijven weet ik aan het einde van de zin niet meer wat ik aan het begin wilde schrijven. Ik vraag hulp aan mijn collega. Met twee tips zet ze mij op het juiste spoor.

Inmiddels heb ik door dat het een graffitiafbeelding moet zijn. Er daalt een rust op mij neer. Terwijl het kleurige kunstwerk voor mij op tafel verschijnt, denk ik voor het eerst in tijden niet meer aan 20 dingen tegelijk. De onzekerheid over mijn kennis en kunde valt ook weg. Ik sta op om naar de wc te gaan. Een andere activiteit waarbij ik ook een paar minuten niet teveel hoef na te denken. Ik voel iets geks gebeuren. Ik voel rust. Ik leg niet alleen de puzzel in elkaar. Ik leg mijzelf in elkaar. Vijfhonderd kutstukjes lang.

Ik kom terug van de wc. Ik zie dat mijn kat inmiddels wakker is. Ze zit op de grond. En met haar de helft van de deels in elkaar gezette puzzel. Ik grinnik om de ironie van de metafoor die ik had gelegd met het leven. Ik geef mijn kat een knuffel. De puzzelchaos is terug. Maar ik ben weer een besef rijker: er is altijd wel een element in je leven dat de boel overhoop gooit. En dan kan ik natuurlijk om hulp vragen. “Schat, kan je even helpen opruimen?”

Advertenties

Rimpeltieten

Dames, let op! Op deze zonnige dag gaan wij het eens hebben over de rimpels in ons decolleté. Dat kan dus écht niet meer. Van die verticale slaaplijnen die onze borsten ontsieren na een bepaalde leeftijd. Als je op je zij slaapt, zakken je borsten naar één kant. Met alle rimpelige gevolgen van dien. Erg onaantrekkelijk. Gelukkig is er een oplossing. Aangedragen door Ellen DeGeneres: De anti-aging beha!

Mijn oren klapperen. “Fuck you Ellen DeGeneres”. Ik had tot op vandaag een zekere mate van respect voor deze vrouw. Dat respect is nu weg. Elke vorm van empowerment dat ze heeft voortgebracht is met dit televisie item volledig betekenisloos geworden. Ik zie de beha al op Tel Sell voorbij komen. Een beha zonder cups die de borsten ’s nachts op hun plaats houdt. Verkrijgbaar in vele hippe printjes en kleuren. “isn’t it amazing!?
Vervolgens ziet zo’n pittige huisvrouw het item. Waarop ze naar haar borsten kijkt en aan haar man vraagt “… vind je mijn borsten rimpelig, schat?” Bam. Er is nieuwe onzekerheid in het vrouwenleven opgeroepen. Bedankt Ellen.

Het zet mij aan het denken. Mannen hebben ook rimpeltieten. Maar dan in het klein: de balzak. Dáár zitten pas rimpels in! Als je slaapt zakken die twee boefjes zo tussen de benen door naar beneden. Met alle gevolgen van dien. Geloof mij, niets is zo onaantrekkelijk als een rimpelige, laag hangende, balzak. Van mij mag je het aannemen. Ik ben specialist in de fysiologische anatomie. A.k.a: ik heb een hoop ballen gezien. Maar zie je daar een oplossing voor? Nee.

Speciaal voor de gelegenheid heb ik hier toch iets op bedacht: de ballenkniepert 2.0. Een minuscuul, strak zittend herenslipje met twee gaten waardoor de ballen gecontroleerd naar buiten piepen. Ik zie de ballenkniepert 2.0 al op Tel Sell voorbij komen. Verkrijgbaar in vele hippe printjes en kleuren. “isn’t it amazing!?. Vervolgens ziet mijn vriend dat. Stopt zijn hand in zijn broek en voelt aan zijn ballen. Hij kijkt beteuterd en vraagt aan mij: “… vind je mijn ballen rimpelig, schat?”

Daar kun je op rekenen

Van beoordelingen word ik intens zenuwachtig. Ik heb ze vaak genoeg gehad en ik kleur nooit binnen de lijntjes. Dat heb ik ook nooit gedaan. Misschien juist daarom: ik weet wat er komen gaat. Ik was ook nooit bang voor de tandarts, tot ik mijn eerste gaatje kreeg.

Het is 14.30 uur en ik loop naar het kantoor van mijn leidinggevende met klamme handjes en een volgeklad notitieblokje. Ik zucht nog een keer diep voordat ik plaatsneem op het bankje voor haar kantoor. Zij is blauw, ik ben rood-geel. Ik voelde de bui al hangen. Zwart en wit. Vuur en water. Star Trek en Star Wars. Curry en Ketchup. Kortom: drama.

Een zelfhulpboek, daar lijkt het me tijd voor. Met vallen en opstaan probeer ik te wennen aan het burgerlijke leven. Van twee jaar ZZP’en vanachter de keukentafel naar een kantoor “zonder 9 tot 5 mentaliteit”. Een wereld van verschil. In plaats van een vis in het water ben ik een sardientje in blik tijdens de treinreis van Rotterdam naar Den Haag.
Ik had ooit eens een zelfhulpboek gekocht tijdens een periode van liefdesverdriet. Het ging over loslaten. Achteraf heeft dat boek mij misschien iets te goed geholpen, want ik neem de “zonder 9 tot 5 mentaliteit” soms iets te letterlijk. Daarnaast maakte ik me meer druk over de wanstaltige inhoud dan over de verloren liefde en liet ik het boek los in de prullenbak. Missie geslaagd.

Op de meeste kritiek ben ik voorbereid, ik weet zelf wel hoe ik in elkaar zit. Meestal is het iets in de trant van minder eigenwijs zijn en genuanceerder communiceren. Ondanks dat ik het verwacht blijft het toch spannend. Ik ben een streber. Een perfectionist. Daardoor lukt het loslaten ook niet.

Ik denk terug aan de beoordeling die ik kreeg op de basisschool na het maken van de Cito-toets. “Je staat onderaan het gemiddelde op het gebied van rekenen. Je krijgt vmbo advies.” Met inmiddels een brok in mijn keel ter grootte van een zwerfkei kwam het gevoel bij mij terug uit de tijd dat ik dacht dat ik dom was. Puur omdat ik die cijfertjes niet snapte. Aan hoe ik duizenden uren vulde met stug doorwerken en net aan een voldoende haalde. Iets wat in mijn boekje echt niet als succes bestempeld kon worden. Het was tenslotte geen “goed”.

De deur gaat open en mijn hart staat stil. Mijn leidinggevende roept “Viv! De feedback op de kwartaalnieuwsbrief is lovend. We creëren een content functie voor je as we speak.” Ik begin te stralen en mijn klamme handen drogen op. De zwerfkei flikkert de afgrond in. Die getallen kunnen mij gestolen worden. Ik kan schrijven. En ik moet echt leren loslaten. Daar kun je op rekenen.

Hey lekkertje

En dan nu de weersvoorspelling van vandaag: het wordt 27 graden in het Westen met 85% kans op een “waar ga jij heen met die lekkere billen van je?” Gevolgd door een matige “kijk niet zo boos, het is een compliment” en een kort maar hevige “negeer me niet, wees blij dat ik je aandacht geef”.
De zomer komt er weer aan en met de zomer maakt ook ‘de-man-met-de-ongevraagde-complimenten’ weer zijn opmars. Commentaar op het uiterlijk, wellustige blikken, schunnige opmerkingen en natuurlijk de welbekende ‘hey lekkertje’ als je iets minder kleding aan hebt door de hitte. Mijn naam is niet “hey lekkertje!” Het is Vivianne – en ik heb het gewoon warm.

Rokjesdag is nog maar net geweest en het aantal opmerkingen zijn alweer verdubbeld. Als je kleding iets strakker om je lijf zit heb je al een opmerking te pakken. Combineer dat met minder laagjes en bijvoorbeeld ronde heupen als de mijne: BAM. Er is iemand op straat die er wat over te zeggen heeft. En dat hoeft niet altijd positief te zijn.

Als je een vrouw bent en in een grote stad woont zal een seksueel getinte opmerking je niet meer choqueren. Het is onderdeel geworden van het dagelijkse achtergrondgeluid van de straten waar wij op lopen. We weten dat het er is, we horen wat er gezegd wordt en we lopen snel door in de hoop dat het ons niet (aan)raakt of achtervolgt. Soms lachen we er om, maar vaak voelt het ontzettend ongemakkelijk.

Ik heb er een tijd lang een sport van gemaakt om op elke opmerking zo ad rem mogelijk te reageren. Vaak lukte dat. De verbazing op zo’n koppie is erg lachwekkend. Maar soms ook niet. Dan krijg je een ontzettend vuile opmerking terug en voor je het weet vliegen de scheldwoorden over en weer. “Je zal de verkeerde maar tegenkomen, dan heb je zo een vuist in je gezicht” zei een vriendin laatst tegen me. Ik geef haar geen ongelijk. I pick my battles. Maar valt dit niet al onder de verkeerde tegenkomen?

Een oplossing? De coltrui natuurlijk! Gecombineerd met een wijde rok tot aan de grond. Maar neuk jullie allemaal de moeder. Daar ga ik niet in lopen als de vogels van het dak vallen. Dan ga ik het liefst naakt over straat. En zelfs dat is bij sommige temperaturen te warm – dan lig ik het liefst naakt in de schaduw. Helaas: naast dat zoiets maatschappelijk niet verantwoord is, word ik gebombardeerd met opmerkingen over mijn lichaam waar ik niet op zit te wachten. Lezen jullie dit? Ik zit er niet op te wachten. En met mij duizenden anderen niet. “Waarom kleed je je dan zo?” Omdat ik me niet de pleuris wil zweten. Me niet ongemakkelijk wil voelen. En omdat. Ik. Dat. Zelf. wil.

Je moest wellicht een paar keer lachen om dit schrijfsel. Het is ook grappig, grappig op de manier waarop wij lachen om tragedie. Maar waarom lachen wij hier om? Waar ligt de grens? Ik weet wel waar mijn grens ligt. Ik trek hem hier. Men moffelt het weg onder het mom “het kan altijd erger”. Het lijkt dan minder erg, maar eigenlijk wil ik kwaad worden. Mijn vuist of knie planten in de genitaliën van de persoon die dit soort dingen zegt. Dat is natuurlijk ook erg. Maar wat is het alternatief?

Staande ovatie

 

“Ik heb je blog gelezen, leuk! En wauw, je bent echt een mooie vrouw.” Gevleid en nietsvermoedend klik ik op het berichtje dat in mijn ‘message requests’ inbox op Facebook verschenen is. Lezers van mijn blog sturen mij wel vaker berichtjes met complimenten. Vaak beantwoord ik dit met een “bedankt! Leuk dat je mijn blog leest!” en bloedt het gesprek even later dood. Echter vragen lezers mij soms op een vrij plastische manier ook mee ‘op date’, vooral na het lezen van blogs als ‘Tetten’ of ‘Gespierde, langharige mannen.’ Die berichtjes negeer ik vaak, waarna ik de zender blokkeer.
Afijn, ik klikte dus op het bericht met de intentie om zoals gewoonlijk te reageren, tot een vleeskleurige, staande ovatie van +/- 13 cm op mijn beeldscherm stond. Zo goed vond hij mijn blog dus! Maar moet ik nu ook daadwerkelijk gevleid zijn?

Na vroeger een frequent bezoeker te zijn geweest van de TMF chat, Chatroulette en Skype heb ik regelmatig dick pics langs zien komen. Waar de twaalfjarige Viv nog ernstig gechoqueerd was, wuif ik het nu weg met een ‘ah, daar heb je er weer één!’. Dus het stoort mij niet echt meer. Maar toch moet mij iets van het hart: waarom doen mannen dit?

Als je een vrouw bent en het internet gebruikt, voor welke vorm van communicatie dan ook, is er altijd een vreemde die besluit om jou een penisfoto te sturen. Je hebt er niet om gevraagd, en je zit er ook niet op te wachten. Want piemels zijn vaak niet mooi, en bovendien op dit soort foto’s ernstig onderbelicht. En als je zo’n ding ongevraagd op je beeldscherm te zien krijgt? Tsja.. Wat probeert een man te bereiken met zo’n foto? Dat de vrouw denkt “nou, wat een prachtige schwanz, daar kan ik wel een trucje op!”? Niet dus. Wij krijgen smetvrees en zin onze telefoon mee te nemen onder de douche. Om hem schoon te maken, te vernietigen, en nog een keer goed schoon te maken, welteverstaan.

De oplossing? Negeren. Maar als je er het beste uit wilt halen kan je ook een foto terug sturen van een grotere, mooiere penis. Een meer fotogenieke penis. Een penis met een toekomst (in de porno). Of je stuurt een andere dick terug in de vorm van Dick Cheney of Moby Dick. Hierin wordt eigen creativiteit uiteraard aangemoedigd!

Ik vind het geweldig om te horen dat mensen mijn schrijfsels graag lezen en om te zien dat het aantal lezers groeit. Maar dat is ook echt het enige wat ik online wil zien groeien. Dus stop die staande ovatie maar weer in je boxer en val mij en mijn mede vaginisten hier niet mee lastig.

Tenzij wij er om vragen natuurlijk.

Sollicit(ind)eren

Hallo, ik ben Vivianne, een vijfentwintigjarige Bachelor of Communication sinds januari 2015. Een prachtige titel, het duurde dan ook niet lang voordat ik mijn LinkedIn pagina had geupdate van student naar Bachelor. Ik was trots. En waarom zou ik niet trots zijn? Ik heb tenslotte mijn hele leven geknokt voor een titel als deze. Vanaf het tekenen buiten de lijntjes op de crèche, tot aan het ‘out of the box’ projectleiden op de Hogeschool. Vijfentwintig jaar lang ben ik gegroeid, heb ik geleerd. Ik heb duizenden fouten gemaakt en enkele successen geboekt. En nu mag ik mijzelf sinds januari Bachelor of Communication noemen; wat in mijn boekje inmiddels ook bekend staat als werkeloos.

Ja, daar zit je dan. Met je aars op de bank en een mooie titel op je LinkedIn pagina; al bijna een jaar werkeloos… Waar ze mij en mijn medestudenten op de Hogeschool beloofden dat bedrijven om ons zaten te springen als we waren afgestudeerd, ben ik met een aantal jaargenoten nog steeds aan het solliciteren. Waar zijn die springende bedrijven die ze ons beloofden? Nou, die worden momenteel bedolven onder mailtjes van starters, starters zoals ik. Op die ene vacature komen een ruime tweehonderd reacties, waar wij het onderspit delven aan de gelukkigen die wel al “minimaal drie jaar aan werkervaring in de sector” hebben. Bedrijven hebben in de huidige economie een gigantische luxepositie. Ze kunnen eisen wat ze willen, er is toch wel genoeg animo voor de vacature. En daar zitten tientallen geschikte kandidaten tussen. En de goed opgeleide starters? Die worden met hun cv ‘in de portefeuille’ gestopt. “Kom over drie jaar werkervaring maar terug!”. Tsja. Wij krijgen de kans niet eens om aan de gevraagde werkervaring te komen.

Iets wat een allergische reactie opwekt, een die overigens bij veel vacatures trouw blijft terugkomen, zijn jeuktermen als ‘spin in het web’, ‘teamplayer’, ‘creatieve duizendpoot’ of ‘marketing goeroe’. 90% van de bedrijven waar ik solliciteer maakt zich schuldig aan het gebruik van dat soort begrippen. Bedrijven willen tegenwoordig zo leuk, jong, en creatief mogelijk overkomen. Ze hebben last van het willen hebben van de ‘X factor’ en willen op deze manier het bedrijf zijn waar je absoluut moet komen werken. Pro tip: als dit taaltje niet bij je imago past, doe het dan niet.
Bij nader inzien, doe het maar helemaal niet. Wil je echt creatief en leuk overkomen zonder dat dit afwijkt van je imago, en zonder dat het een cliché wordt? Stuur mij dan een mail. Acquisitie naar aanleiding van deze column wordt namelijk zeer op prijs gesteld.

Maar goed, ik dwaal af. In een goede maand ligt mijn gemiddelde op drie sollicitaties per week. En dat brengt ons op twaalf afwijzingen per maand, als ze de moeite nemen om überhaupt terug te mailen. Mijn suggestie: Sollicitinderen! Voor matchmaking tussen werkgever en eventueel toekomstig werknemer. Je weet direct waar je aan toe bent! Zoveel verschilt het niet met solliciteren als je erover nadenkt: je swipet een stuk of twintig keer naar links, en zelf wordt je 5.000 keer naar rechts geswipet. Tot die ene match! En dan kan je beginnen met chatten:

Bedrijf: Hey, ASL?

Ik: Hey! 25, vrouw, NL, woonachtig in Enschede. Maar ik ben bereid te verhuizen. Cammen? LOL!

Bedrijf: Ah NL dus, spreek je alleen NL? Of ook DE en UK? Cammen kan misschien straks wel…

Ik: Ook DE en UK. Sehr good zelfs!

Bedrijf: Op je profiel staat dat je communicatie hebt gestudeerd, waar zitten je verdiepingen?

Ik: Op de 1e en 2e! HAHAHAHAHA. Nee, grapje natuurlijk. Ik heb mij verdiept in advertising, brandmanagement, imago- en reputatiemanagement. Daarnaast heb ik een journalistieke achtergrond en een passie voor (digitale) marketing.

Bedrijf: Oké, cool! Doe je dit vaker?

Ik: Nee, je bent mijn eerste! Ik ben al een jaar aan het zoeken. Heb wel wat one time things gehad en kleine projecten, maar niets vasts helaas. Maar ik wil wel heel erg graag!

Bedrijf: Hmm, sorry. Mijn leidingevende belt, brb.

Ik: Oké, geen probleem! Ik wacht rustig af! 😀

Bedrijf heeft je geblokkeerd.

Dus ja werkeloos by day, blogger by night. Heb je nog een teamplayende marketing goeroe in het web met duizend poten nodig? Je weet me te vinden!

Kort en niet zo krachtig

Het was heet. Het zweet stond op onze lijven. Het gevoel van naakt op naakt, mijn nagels in zijn borstkas. Zijn handen op mijn borsten. Diepe penetratie, regelmatige stoten en het kreunen van genot. Hij pakt mijn haar vast en trekt mijn hoofd achterover, hij zoent, en tijdens het zoenen bijt ik op zijn lip. Hij duwt me in een andere positie en we gaan verder tot aan de climax, om na een korte pauze weer opnieuw te beginnen. Het is geil, het is lekker. Althans, zo had ik het mij voorgesteld. Maar het enige wat ik tijdens de seks dacht was “wanneer houdt het op?”

Als ik je nu nog niet kwijt ben als lezer dan zit je goed. Want je kan niet alles hebben. Daar kwam ik ook achter na deze rendez-vous. Het begon allemaal in de kroeg, waar een vriendin en ik al maanden aan het geilen waren op een jongen. Hij was knap, licht getint en mooi gespierd. Hij straalde zelfverzekerdheid uit, en dat was te zien. Lang verhaal kort en lekker plastisch: wij wilden hem. Dus sloten we een weddenschap af; wie hem het eerste zoent, dan trakteert de ander op bier. Zo gezegd zo gedaan: subtiel als ik ben liep ik direct op hem af: “hey, wil je zoenen?”. Hij keek me raar aan, waarna hij met een brede grijns instemde. En toen begon het. Na een ruime twintig minuten te hebben staan tongworstelen op de dansvloer trok hij me naar buiten. Ik riep iets naar mijn vriendin in de trant van “ik krijg bier van je!” en weg waren we. Normaal gesproken ben ik niet that kind of girl, Maar het was HEET. En de puberhormonen raasde toen nog door mijn lijf.
Ik nam hem mee naar huis, waar we nog wat zaten te vozen op de bank. En toen kwam het; hij trok zijn broek uit en de eerste schok was daar; een zeer enthousiaste 7 centimeter glom me tegemoet.

Ik wist me snel aan te passen, en dacht dat het vast met wat ander fysiek en oraal werk goed zou komen. Hij wist tenslotte zelf van zijn ‘situatie’, dus wellicht had hij veel geoefend. En voor ik het wist lag hij met zijn hoofd tussen mijn benen. Punten voor het initiatief! “Dit gaat de goede kant op!” dacht ik nog, echter weet ik tot op de dag van vandaag niet wat hij daar aan het doen was. Tot er een scherpe pijn door mijn hele lijf schoot. Hij beet. HARD. De tranen stonden in mijn ogen. Een beetje pijn is fijn, maar lekker was dit niet. Ik trapte hem van me af. Hij reageerde met een redpoging door met zijn vingers in mijn poes te roeren. Ik wist dat hij niet zou stoppen tot ik op mijn hoogtepunt zou komen, dus ik fakete een orgasme. Kort daarna klom hij bovenop me en tijdens ‘de daad’ sprak hij me toe met de meest vunzige taal die je je kan bedenken. Hierbij de iets gecensureerde varianten; “oh meisje, je bent zo geil en lekker.”, “zeg me hoe lekker je mijn liefdeslans vindt”, “ik berijd je met mijn stijve…” nouja, you catch the drift. Binnen drie minuten kwam hij luidruchtig klaar. Eindelijk, dacht ik. Het is voorbij.

Ik ging nog even douchen. Ondanks het lakenfiasco wilde ik nog wel even aan mijn trekken komen, dus verwende ik mezelf met de douchekop. En alsof Mr. Not quite so big het aanvoelde stond hij binnen no-time naast me in de douche. “Zo, zo, nog niet genoeg gehad?” fluisterde hij in mijn oor. Een koude rilling liep over mijn rug. Het enige wat ik op dat moment dacht was “kut kut, kuuuhuuut, hoe kom ik hier onderuit!?”. Ik mompelde iets in de trant van dat ik te dronken en moe was. Ik vluchtte de douche uit en plofte in bed. Waar hij, uiteraard, naast kwam liggen. Hij wilde knuffelen. Ik huilde een beetje van binnen, maar ik liet hem liggen. Blijkbaar had hij de affectie nodig.

De volgende ochtend bleef hij hangen. Hij wilde graag nog een keer. Maar die kans heb ik hem niet gegeven. Toen hij eindelijk naar huis ging belde ik uitgeput mijn vriendin om het verhaal te vertellen. Dit werd ontvangen met een lachsalvo en de belofte dat de gewonnen biertjes shotjes Tequila zouden worden. En die kerel? Die was opeens niet zo ontzettend sexy meer. De vurige fantasieën over hem zijn ook uitgebleven. En ik? Ik heb de nodige avontuurtjes gehad. Ik ben bij de beste met een grote slurf blijven hangen, en overgestapt op een relatie. En dat is best lekker.

Gespierde, langharige mannen

Mannen. Ze zijn heerlijk. De typische mannengeur en de lange haren van het type waar ik op val maken me wild. Al helemaal als ze een beetje lomp zijn en vol zitten met zelfvertrouwen. Een bierbuik mag ook zeker wel, als ze maar gespierde armen hebben. Ik kick op gespierde armen. Afijn. Ik ga vaak naar metal concerten, daar loopt vaak veel rond wat voldoet aan deze omschrijving. Ik krijg dus vaak honger, maar ik ga altijd netjes naar huis om te eten. Althans, daar zorg ik wel voor; want op zo’n dag heb ik me niet geschoren.

Als het mij niet handig lijkt om met iemand tussen de lakens te belanden, bijvoorbeeld omdat ik een vriend heb, heb ik bepaalde trucjes. Een daarvan is mezelf niet scheren. Ik ben obsessief als het gaat om lichaamshaar. Alles moet namelijk glad zijn, van enkel tot neus. Het is een vrij preventieve maatregel als ik mijn haargroei in de vrije loop laat. Het is een garantie dat ik geen foutjes bega. Ik ben zelfs zo obsessief dat ik bij enkele stoppeltjes al in de weer ga met mijn Venus Vibrance. Ik scheer zo vaak dat het meerdere malen weleens fout is gegaan. En onder de douche bloedt je als een rund, hoe klein het sneetje ook is. Maar doorgaan doen we, want het haar moet er af. Obsessiviteit van de bovenste plank dus.

Ik stond laatst in de kroeg, omringd door mijn mooie mannen posse, toen het onderwerp aan bod kwam. “Hoe heb jij je doos het liefst?” vroeg gespierde langharige man #1 aan gespierde langharige man #2. En de discussie was aan. Er kwamen termen voorbij die mijn oren deden klapperen van nieuwsgierigheid. excuusstreepje, jungle strip, en natuurlijk de glorieuze bos. Ik stond er een beetje stilletjes bij. Geen van de mannen noemde kaal. Toen de vraag bij mij kwam lachte ik het weg en ging ik bier halen. “Saved by the bell” dacht ik. Maar mijn gedachten gingen wel tekeer.

Waar vrouwen vaak meegaan in de porno-trend, doen mannen het anders. Pas bij het uittrekken van zijn tighty whities, losse boxer of Hema onderbroek zal je weten wat je in huis hebt gehaald. Mannen met een compleet geschoren zaakje zijn ijdel en ietwat freaky in bed, mannen met een bijgeknipte schaamstreek zijn makkelijk af te richten, of ‘in de kast’ homo. Maar de ‘normaalste’ man heeft toch wel een ongetrimde bush. Nu zie ik de mannen waar ik mee stond te praten er niet voor aan om een gladde zak te hebben, maar daar zullen we niet achter komen. Want ook deze avond had ik mijn preventiemaatregel getroffen.

Mijn ervaring is toch wel dat mannen willen neuken, wat je daar beneden ook hebt groeien (of niet). Voor vrouwen ligt dat gevoeliger. Mijn beharing beschermt me tegen spontane avontuurtjes. Maar als het puntje bij paaltje komt, vrees ik dat mijn obsessie met een gladde doos mij niet kan beschermen. Want als zo’n langharige, gespierde man op mij af komt… Daar kan geen Venus Vibrance tegenop.

Illegaal downloaden is – illegaal

Gisteren heeft het Europese Hof van Justitie besloten dat stelen verboden is. Waar we allemaal pinpas- en winkeldieven massaal op de vingers tikken en ‘namen’ en ‘shamen’ op Facebook, wil het er bij velen nog maar moeilijk ingaan dat het downloaden (zonder toestemming) van auteursrechtelijk beschermd materiaal verboden is. Nederland was een van de laatste landen waarbij stelen nog niet illegaal was…

Dat klink gek hé? Dat is het ook. Het is altijd al illegaal geweest, maar het werd gedoogd. Het werd gedoogd door een speciale heffing te innen op gejat goed – compensatie voor het verlies aan inkomsten. Dit gedoogbeleid is duur en deugt niet, dus werd er besloten dat jatten verboden is. En nu is Nederland over de zeik.
Nu is er veel vóór downloaden te zeggen, vooral als je het terugkoppelt naar muziek (zeg ik voorzichtig, met de Napster discussie nog fris in het geheugen.) Bands hebben al jaren veel baat bij het verspreiden van hun nieuwe album of single via de (sociale) media. Het genereert luisteraars, naamsbekendheid, het is gratis – en niet arbeidsintensief, want anderen doen het werk voor je. Het is een veelgebruikt argument tegen dit illegale downloadverbod, alleen vergeet men één ding – de band heeft zelf toestemming gegeven hun materiaal gratis aan te bieden en moedigen aan dit te sharen, zij hebben het zelf openbaar gemaakt – dus toestemming gegeven – dus er wordt niets gejat.
Er bestaat een fatsoenlijk alternatief voor het beluisteren van muziek,  Spotify, e.a. – de muziek scene zal wat dat betreft eigenlijk nauwelijks wat merken van dit verbod. Toch brullen de muziekliefhebbers het hardste.

Begrijp mij niet verkeerd, ik kan me prima verplaatsen in de ‘downloaders’. Met name als je het gaat hebben over video. Je hebt Netflix, maar dat is traag en heeft een erg laag aanbod. Daarnaast staan je geliefde series vaak pas maanden later online. Daarnaast heb je de angst dat de prijs van het legale materiaal omhoog gaat, omdat de drempel in eerste instantie laag was – om het downloaden tot een minimum te beperken. Maar hoe je het ook went of keert, het heet niet voor niets ‘Illegaal downloaden’. NIETS aan deze term is misleidend, ik vrees alleen dat de term ‘illegaal’ lichtelijk verbasterd is. De betekenis is compleet vergeten in deze context, wordt terloops genoemd en wordt alleen nog door niet—nader-te-noemen politici benadrukt om hun politieke standpunt bij te staan.
Als je download ben je gewoon een dief. Je eigent je tenslotte iets toe van een ander, zonder daarvoor te betalen. Diefstal. Dus. Illegaal download is…… Wait for it…… Illegaal!

Vriendjespolitiek

Volgende week woensdag is het zover: de gemeenteraadsverkiezingen. In mijn timeline verschijnen de quotes, statements en politieke agenda’s van verschillende politieke partijen. Ik moedig het aan. Ik start discussies en ik lok meningen uit met vragen als “waarom stem jij op deze partij?” Puur omdat het heerlijk is om te zien waarom mensen een bepaald standpunt innemen en voor deze bepaalde partij stemmen – en ik houd van een goede discussie. Dit ging enkele dagen goed, tot ik op een dag een discussie aanging met een SP-stemmer en op mijn vraag het antwoord terug kreeg “omdat er een bekende van me in de partij zit”. Ik was met stomheid geslagen.

Woorden kunnen niet beschrijven wat er door mij heen ging. Wat is dat nou weer voor domme reden om te stemmen? Stem dan niet! Uiteraard bracht mijn meer genuanceerde ik er een iets subtielere verwoording uit: “meen je dit serieus!?” De dame in kwestie ging hier heel serieus op in. “Het is zo’n aardige jongen, ik heb vroeger bij hem in de klas gezeten.” Ik stond met mijn mond vol tanden. Ik wist niet of ik moest lachen of huilen. De hoop dat het wellicht om een grapje ging werd iets later met een moker de grond in gemept. “Wat nou als die vriend van jou in de PVV had gezeten, had je dan ook gestemd?” Vroeg ik. “Ja” zei ze (als islamitische vrouw  met hongerloontje), “Maar Geert Wilders is wel een eikel.” Opgelucht dat ze de naam Geert Wilders kende, ging ik door met vragen. “En wat nou als hij in D66, PVDA of CDA zit?” Probeerde ik nog, ondanks dat ik het antwoord al wist. “Ja, natuurlijk! Als iemand mij moet representeren, wil ik dat hij het is.”…

Ik zat met open mond op de bank met mijn tablet. Met vragende ogen vol ongeloof keek ik naar mijn vriend die naast mij zat, hij schudde zijn hoofd en sloeg zijn ogen neer. Hij wilde het verder ook niet weten.

Ik deed iets wat ik niet snel doe: ik liep weg uit de discussie. Ik gooide mijn tablet ver van mij vandaan, hopend dat het nare gevoel en de gedachte “I don’t want to live on this planet anymore” weg zouden gaan.
Het is niet erg om – als je toch al op de partij stemt waar een vriend van je in zit, op die vriend te stemmen. Maar laat hier ASJEBELIEFT niet je hele politieke keuze vanaf hangen zonder je verdiept te hebben in het programma. Door dit soort besluiten worden de meest achterlijke acties ondernomen in een gemeente. Moet je jezelf eens voorstellen dat iedereen zou stemmen op een partij “omdat de persoon op de poster zo lief lacht.” Dan hadden we helemaal geen gemeentepolitiek meer nodig, alleen mooie, fotogenieke, mensen die voor de show eens in de zoveel tijd een discussie houden in het Gemeentehuis over een schijtplaats voor de hond. Als het zo moet, pleit ik dat de echte politieke beslissingen lekker in Den Haag worden genomen. Sommige mensen hebben hiermee, in mijn ogen, zichzelf het stemrecht ontnomen.

%d bloggers liken dit: