Categorie archief: Column

Kort en niet zo krachtig

Het was heet. Het zweet stond op onze lijven. Het gevoel van naakt op naakt, mijn nagels in zijn borstkas. Zijn handen op mijn borsten. Diepe penetratie, regelmatige stoten en het kreunen van genot. Hij pakt mijn haar vast en trekt mijn hoofd achterover, hij zoent, en tijdens het zoenen bijt ik op zijn lip. Hij duwt me in een andere positie en we gaan verder tot aan de climax, om na een korte pauze weer opnieuw te beginnen. Het is geil, het is lekker. Althans, zo had ik het mij voorgesteld. Maar het enige wat ik tijdens de seks dacht was “wanneer houdt het op?”

Als ik je nu nog niet kwijt ben als lezer dan zit je goed. Want je kan niet alles hebben. Daar kwam ik ook achter na deze rendez-vous. Het begon allemaal in de kroeg, waar een vriendin en ik al maanden aan het geilen waren op een jongen. Hij was knap, licht getint en mooi gespierd. Hij straalde zelfverzekerdheid uit, en dat was te zien. Lang verhaal kort en lekker plastisch: wij wilden hem. Dus sloten we een weddenschap af; wie hem het eerste zoent, dan trakteert de ander op bier. Zo gezegd zo gedaan: subtiel als ik ben liep ik direct op hem af: “hey, wil je zoenen?”. Hij keek me raar aan, waarna hij met een brede grijns instemde. En toen begon het. Na een ruime twintig minuten te hebben staan tongworstelen op de dansvloer trok hij me naar buiten. Ik riep iets naar mijn vriendin in de trant van “ik krijg bier van je!” en weg waren we. Normaal gesproken ben ik niet that kind of girl, Maar het was HEET. En de puberhormonen raasde toen nog door mijn lijf.
Ik nam hem mee naar huis, waar we nog wat zaten te vozen op de bank. En toen kwam het; hij trok zijn broek uit en de eerste schok was daar; een zeer enthousiaste 7 centimeter glom me tegemoet.

Ik wist me snel aan te passen, en dacht dat het vast met wat ander fysiek en oraal werk goed zou komen. Hij wist tenslotte zelf van zijn ‘situatie’, dus wellicht had hij veel geoefend. En voor ik het wist lag hij met zijn hoofd tussen mijn benen. Punten voor het initiatief! “Dit gaat de goede kant op!” dacht ik nog, echter weet ik tot op de dag van vandaag niet wat hij daar aan het doen was. Tot er een scherpe pijn door mijn hele lijf schoot. Hij beet. HARD. De tranen stonden in mijn ogen. Een beetje pijn is fijn, maar lekker was dit niet. Ik trapte hem van me af. Hij reageerde met een redpoging door met zijn vingers in mijn poes te roeren. Ik wist dat hij niet zou stoppen tot ik op mijn hoogtepunt zou komen, dus ik fakete een orgasme. Kort daarna klom hij bovenop me en tijdens ‘de daad’ sprak hij me toe met de meest vunzige taal die je je kan bedenken. Hierbij de iets gecensureerde varianten; “oh meisje, je bent zo geil en lekker.”, “zeg me hoe lekker je mijn liefdeslans vindt”, “ik berijd je met mijn stijve…” nouja, you catch the drift. Binnen drie minuten kwam hij luidruchtig klaar. Eindelijk, dacht ik. Het is voorbij.

Ik ging nog even douchen. Ondanks het lakenfiasco wilde ik nog wel even aan mijn trekken komen, dus verwende ik mezelf met de douchekop. En alsof Mr. Not quite so big het aanvoelde stond hij binnen no-time naast me in de douche. “Zo, zo, nog niet genoeg gehad?” fluisterde hij in mijn oor. Een koude rilling liep over mijn rug. Het enige wat ik op dat moment dacht was “kut kut, kuuuhuuut, hoe kom ik hier onderuit!?”. Ik mompelde iets in de trant van dat ik te dronken en moe was. Ik vluchtte de douche uit en plofte in bed. Waar hij, uiteraard, naast kwam liggen. Hij wilde knuffelen. Ik huilde een beetje van binnen, maar ik liet hem liggen. Blijkbaar had hij de affectie nodig.

De volgende ochtend bleef hij hangen. Hij wilde graag nog een keer. Maar die kans heb ik hem niet gegeven. Toen hij eindelijk naar huis ging belde ik uitgeput mijn vriendin om het verhaal te vertellen. Dit werd ontvangen met een lachsalvo en de belofte dat de gewonnen biertjes shotjes Tequila zouden worden. En die kerel? Die was opeens niet zo ontzettend sexy meer. De vurige fantasieën over hem zijn ook uitgebleven. En ik? Ik heb de nodige avontuurtjes gehad. Ik ben bij de beste met een grote slurf blijven hangen, en overgestapt op een relatie. En dat is best lekker.

Gespierde, langharige mannen

Mannen. Ze zijn heerlijk. De typische mannengeur en de lange haren van het type waar ik op val maken me wild. Al helemaal als ze een beetje lomp zijn en vol zitten met zelfvertrouwen. Een bierbuik mag ook zeker wel, als ze maar gespierde armen hebben. Ik kick op gespierde armen. Afijn. Ik ga vaak naar metal concerten, daar loopt vaak veel rond wat voldoet aan deze omschrijving. Ik krijg dus vaak honger, maar ik ga altijd netjes naar huis om te eten. Althans, daar zorg ik wel voor; want op zo’n dag heb ik me niet geschoren.

Als het mij niet handig lijkt om met iemand tussen de lakens te belanden, bijvoorbeeld omdat ik een vriend heb, heb ik bepaalde trucjes. Een daarvan is mezelf niet scheren. Ik ben obsessief als het gaat om lichaamshaar. Alles moet namelijk glad zijn, van enkel tot neus. Het is een vrij preventieve maatregel als ik mijn haargroei in de vrije loop laat. Het is een garantie dat ik geen foutjes bega. Ik ben zelfs zo obsessief dat ik bij enkele stoppeltjes al in de weer ga met mijn Venus Vibrance. Ik scheer zo vaak dat het meerdere malen weleens fout is gegaan. En onder de douche bloedt je als een rund, hoe klein het sneetje ook is. Maar doorgaan doen we, want het haar moet er af. Obsessiviteit van de bovenste plank dus.

Ik stond laatst in de kroeg, omringd door mijn mooie mannen posse, toen het onderwerp aan bod kwam. “Hoe heb jij je doos het liefst?” vroeg gespierde langharige man #1 aan gespierde langharige man #2. En de discussie was aan. Er kwamen termen voorbij die mijn oren deden klapperen van nieuwsgierigheid. excuusstreepje, jungle strip, en natuurlijk de glorieuze bos. Ik stond er een beetje stilletjes bij. Geen van de mannen noemde kaal. Toen de vraag bij mij kwam lachte ik het weg en ging ik bier halen. “Saved by the bell” dacht ik. Maar mijn gedachten gingen wel tekeer.

Waar vrouwen vaak meegaan in de porno-trend, doen mannen het anders. Pas bij het uittrekken van zijn tighty whities, losse boxer of Hema onderbroek zal je weten wat je in huis hebt gehaald. Mannen met een compleet geschoren zaakje zijn ijdel en ietwat freaky in bed, mannen met een bijgeknipte schaamstreek zijn makkelijk af te richten, of ‘in de kast’ homo. Maar de ‘normaalste’ man heeft toch wel een ongetrimde bush. Nu zie ik de mannen waar ik mee stond te praten er niet voor aan om een gladde zak te hebben, maar daar zullen we niet achter komen. Want ook deze avond had ik mijn preventiemaatregel getroffen.

Mijn ervaring is toch wel dat mannen willen neuken, wat je daar beneden ook hebt groeien (of niet). Voor vrouwen ligt dat gevoeliger. Mijn beharing beschermt me tegen spontane avontuurtjes. Maar als het puntje bij paaltje komt, vrees ik dat mijn obsessie met een gladde doos mij niet kan beschermen. Want als zo’n langharige, gespierde man op mij af komt… Daar kan geen Venus Vibrance tegenop.

Vetwegstop-top

https://i0.wp.com/www.controlfashion.nl/images/thumbs/130/640x403_sassybax-shapewear.jpgEnkele maanden geleden werd ik voor het eerst geïntroduceerd aan de ‘Zwarte Weduwe’ – een loei strakke top die alle kwabjes mooi in vorm drukt, ideaal voor als je strakke kleding draagt. In eerste instantie dacht ik “ach, dat heb ik niet nodig” maar vanaf het eerste moment dat ik mezelf in zo’n ding wurmde, was ik verkocht. En nu is het te laat.

Ik ga uit met mijn vriendinnen. Biermarathon. Zo’n uber mannelijke taak, behoeft natuurlijk wel wat vrouwelijkheid als compensatie, dus ik trek vol enthousiasme mijn leukste jurkje uit de kast. Ik trek hem aan, kijk in de spiegel en ik denk “nee”. De winterkilootjes zitten namelijk alweer trouw op hun plaats.
Ik graai ik in een van mijn mandjes en haal daar een zwarte top uit die even groot is als een babyshirtje: mijn vetwegstop-top. Met frisse tegenzin en vastberadenheid zeg ik tegen mijn spiegelbeeld “dit gaat me lukken” en na heel wat gevloek, gewrik en in een tijdsspan van twintig minuten zit dat ding eindelijk op zijn plek. Strakke jurkjes, truitjes, rokjes en bloesjes zien er opeens spectaculair uit. Ik ben een volle twee maten slanker en alles kan op een normale manier dicht. Geen lovehandles, muffintops en blubberbuik meer! Ik voelde me prachtig mooi tijdens de bieravond – de hevige pijn, het zweet en de bloedspetters die vrijkomen als je zo’n ding aantrekt laten we maar even terzijde. Overigens kunnen deze tops best sexy zijn als je de goede uitkiest! Ook moet je oppassen dat ze je jetsers niet platdrukken. Dat doet pijn en samen met je broeksmaat, krimpt ook je cupmaat. Dat willen we natuurlijk niet.

Helaas(?) is mijn vethouderhemd te vroeg overleden. Na een affaire van dik (eh-eh) vijf maanden is het afgelopen. Ik huil. Het is gemeen. Zonder deze top zie ik alle kwabjes, rolletjes en bobbeltjes opeens veel beter dan voorheen. Het afkickproces was dus ook een hel. Mijn directe omgeving kon niet meer onderscheiden of ik permanent ongesteld was geworden, in de overgang zat of dat ik gewoon last had van een winterdepressie. Ik heb het afkicken- na genoegen van mijn omgeving, maar opgegeven en –  ondanks dat ik van al mijn kilootjes houd en geen slecht zelfbeeld heb, toch maar weer een nieuwe gekocht. Het is een haat – liefde relatie, maar zo nu en dan zijn we best gelukkig samen.

Why so serious?

asv20402_PacifierNa het lezen van deze column en een discussie over Serious Request die ik met klasgenootjes had vanmiddag, besloot ik een reactie te schrijven. Het betreft Serious Request en hun nobele doel om kindersterfte in Afrika tegen te gaan onder het motto “Let’s hear it for the baby’s”.

Een argument tegen dit goede doel van beide partijen was: “Het geboortecijfer in Afrika ligt veel te hoog en er is te weinig geld en voedsel.” Kortom: te veel mensen, te weinig voer. Dit is een sterk en valide punt, toch vind ik het niet helemaal eerlijk om dit als tegenargument voor een doel als Serious Request te gebruiken.
Serious Request is een van de betere goede doelen van Nederland in mijn opinie, dit om één simpele reden: je weet waar je geld naartoe gaat. Het is niet zo wazig als een Unicef o.i.d. waar je een euro in stopt die zowel in Oekieboekiestan, het salaris van de directeur als in Oekraïne terecht kan komen. We herinneren ons vast ook het tsunami drama nog wel uit 2004. Massaal werd er geld gestort, uiteindelijk bleef er zelfs geld over. Dat geld werd uiteindelijk voor andere doelen gebruikt. Een ander doel dan de donateur voor ogen had. Bij Serious Request kan je er zeker van zijn dat elke cent uitgaat naar het doel waar de donateur voor gestort heeft. Daarnaast genereer je een win-win-win situatie. De DJ’s mogen weer popi-Jopie spelen, fans van de DJ’s zijn blij met een week entertainment en er wordt weer een kindje in Afrika levend geboren. Of je nou twee of twaalf kinderen hebt, een kind zou nooit dood geboren mogen worden. Qua emotionele schade doet dat meer dan goed voor je is.
Je wordt niet gedwongen om te storten, je krijgt geen collectebus onder je neus geduwd en je wordt niet doodgegooid met zielige foto’s van doodgeboren of ernstig zieke kindjes zoals vele andere goede doelenorganisaties wel doen.

Ja, het land heeft HIV patiënten. Ja, het zit vol en ja er is hongersnood. Bodemloze put of niet: als je met iets als Serious Request iets goeds kan doen voor die zwangere moeders om hun emotionele/lichamelijke pijn te besparen en er gelijktijdig zelf nog een leuk plaatje en een uurtje entertainment aan overhoud, zie ik het slechte en niet van in. Een lachende baby staat garant voor een lachende moeder. Voor hongersnoden en HIV zijn weer andere goede doelen.

Merry Armageddon and a happy apocalypse.

Na de voorspelling van de Maya’s dat op 21 december 2012 de wereld zou vergaan heb ik deze week het huis gebarricadeerd, mijn katten in veiligheid gebracht, wapens en blikvoer gehamsterd en afscheid genomen van mijn dierbaren. Armageddon, Astronomische Holocaust, Zombie Apocalyps of ‘gewoon’ het einde van de wereld. Ik ben er klaar voor.

Mijn bucketlist is nog lang niet helemaal afgewerkt, spijtig. Seks met Johnny Depp, uitgebreid shoppen met een ongelimiteerde creditcard, meedoen aan de eindejaar loterij – en winnen -, zwemmen in het geld (letterlijk) en een paleis van chocolade laten bouwen en er in wonen. Het zal er allemaal niet meer van komen nu het einde van de wereld zo dichtbij is.
Om het niet kunnen afronden van mijn bucketlist wat dragelijker te maken bedenk ik me allemaal leuke  en positieve dingen en wat we niet meer hoeven als de wereld eenmaal vergaan is: Ik hoef niet meer af te vallen, geen kerstcadeaus te kopen of kerstliedjes aan te horen – al valt die van Deadbeat wel mee –Nooit meer naar het hoofd van Martijn Krabbé te kijken of naar de slechte interviewtechnieken van Peter van der Vorst te luisteren.  Ook hoeven we nooit meer verschrikkelijke reclames te zien of te horen en worden er geen domme Facebook hoaxes meer doorgestuurd. Alle ergernissen zijn letterlijk en figuurlijk de wereld uit.

Nooit meer voetbalgeweld of grensrechtertjes doodtrappen. Geen vervelende schoonouders en verplichte familiebezoekjes. Ook de financiële crisis is opgelost want Griekenland bestaat immers niet meer. Nightwish hoeft nooit meer een nieuwe zangeres aan te nemen of te ontslaan. Daarnaast hebben we geen slecht zingende Friezen meer bij The Voice, daar ontstaat ten slotte de Zombie Apocalyps. Ook zijn we van alle kinderziektes, babysterfte en terminale ziekten  af en na de eerste paar meteorietinslagen in Ethiopië hebben we ook geen hongersnood meer. Zie je nou, het einde van de wereld is zo slecht nog niet. Om toch nog één dingetje van mijn bucketlist af te kunnen strepen mail ik naar de info@ van de officiële website van Johnny Depp. Je weet ten slotte maar nooit…

Merry Armageddon and a happy apocalypse.

Oh, oh, Enschede

Na een ruime vijf jaar te hebben geroepen dat ik nooit in Enschede zou willen wonen, is het er in april 2012 dan toch eindelijk van gekomen. Ik heb me ingeschreven bij de gemeente Enschede en ben sindsdien officieel inwoner van Pluskut, kortom: Vivje is een import Tukker.

Ik ben een echte Randstedeling, geboren en getogen in Leiden. In de Sleutelstad heb ik mijn sporen achtergelaten en vele herinneringen gemaakt. Deze sporen wijzen  sinds 2012 officieel richting Enschede. Mijn roots zullen altijd herkenbaar blijven aan mijn ‘Leidse r’ en mijn directe mentaliteit – zeg trouwens niet dat het een ‘Gooise r’ is, want dan heb je ruzie – Leiden is leuk, maar na 22 jaar heb ik deze stad wel een keertje gezien. In de afgelopen jaren heb ik toch wel gemerkt dat de weekenden in Leiden niet meer zo spannend zijn als vroeger. Met nog een handjevol Leidse vriendjes en vriendinnetjes achterblijvende, vertrek ik. Mijn stamkroeg Lazarus is al een paar maanden mijn stamkroeg niet meer omdat ik zo vaak in Enschede zit. Ik mis het ergens wel, de goede ouwe kroeg waar ik al sinds mijn 15e kwam. Hoe vaak ik daar niet dronken ben weggefietst. Lazarus maakte plaats voor het Enschedese poppodium Atak en de Vestingbar, waar ik inmiddels ook al een goed deel van mijn studententijd heb doorgebracht.

Enschede. Er wonen geweldige mensen, het is altijd gezellig en ik voel me er echt thuis. Echter kwam dit ‘thuisgevoel’ pas tot stand in de afgelopen 6 maanden, mede omdat ik parttime introk bij mijn vriend. Ik woon nog niet fulltime in Enschede omdat ik studeer in de Randstad. Het zal waarschijnlijk wel mijn laatste jaar zijn, want mijn hart ligt bij stagelopen en afstuderen in Enschede. Dit omdat daar toch meer uitdagingen liggen op marketing en communicatiegebied, gezien het een nerd-gedreven omgeving is en nerds kunnen niet communiceren. 😉 . Of ik ook nog FC Twente supporter ga worden valt nog te bezien, stapje voor stapje integreren en vooral niet te snel willen zijn.
Het duurde even maar ik gaf er uiteindelijk aan toe. “Eens een Leidse altijd een ‘lijer’” zei Rubberen Robbie ooit. Ik blijf trouw aan mijn roots, maar Enschede… maak je borst maar nat, want jullie hebben er een ras-Leidse bij.

Verzamelwoede

Nooit heb ik mezelf betrapt op het verzamelen van dingen, ik vond mezelf te nuchter voor dat soort ‘verslavingen’. Het neemt te veel ruimte in en er gaat bakken met geld in zitten. Nee, dat zou ik nooit doen. Zo dacht ik tot ongeveer vanochtend, toen ik mijn badkamerkastje ging opruimen. Lades VOL met make-up, nagellak, gezicht crèmes en duizend en een mini’s, testers en promotionele uitprobeer verpakkingen.  Oeps. Ik ben een cosmetica-verzamelaar.

Het besef kwam echter pas toen ik zeven halfvolle en uitgedroogde mascara’s weg moest gooien. De overvolle plank was nog niet subtiel genoeg. De rest van de make-up die ik nauwelijks meer gebruik gooide ik in de handige doosjes die ik maandelijks krijg van Glossybox “om te bewaren voor een later moment.” Glossybox biedt abonnementen aan voor make-up en cosmetica verslaafden zoals ik.  Voor €15,- per maand wordt je verrast met minimaal vijf cosmetica producten en je hoeft er werkelijk niets voor te doen. Het wordt namelijk gewoon thuisbezorgd. Het is de duivel, verpakt in een mooi doosje. Tijdens een van de Glossybox enquêtes wordt er gevraagd hoeveel je maandelijks uitgeeft aan dergelijke producten. Met een lichte blos op mijn wangen vulde ik €50,- euro in, want naast de €15,- euro die ik uitgeef aan deze box, geef ik in de stad ook nog tientallen euro’s uit aan make-up.  Heb ik het nodig? Nee.
Ook als je in mijn tas kijkt krijg je de schrik van je leven. Er zit een mascara, oogschaduw, eyeliner, lipstick en lipgloss in. Dan zijn we nog niet eens in mijn hoofdvak belandt, want daar zitten nog minimaal drie verschillende kleuren nagellak, meer lipgloss en een nagelvijl.

Om mijn verzamelwoede te bedwingen neem ik mezelf voor om pas een nieuwe oogschaduw te kopen als ik door mijn huidige voorraad heen ben. Ik lach mezelf uit, want ik weet nu al dat mij dat niet gaat lukken. Als ik een winkel inloop en even rondkijk vind ik een kleurtje wat erg lijkt op een kleur die ik al heb, alleen met meer glans en glitter. Ik koop hem. Ik heb dat specifieke kleurtjes tenslotte nog niet.
Ik ben boos op innovatie, voor het toelaten van de ontwikkeling van nieuwe technieken, texturen en kleurtjes. Het maakt de verzamelaar in mij helemaal gek, want ik wil het allemaal. Je hebt nooit genoeg en er ligt altijd weer wat nieuws klaar om de, net uitgebrachte, make-up lijn op te volgen met meer awesome producten. Als het gaat om make-up ben ik niet te houden, als ik al langs een Etos loop moet ik gewoon even naar binnen om te kijken. Douglas is mijn welbezochte minnaar en ICI Paris mijn veels te dure hoer. Helaas hou ik evenveel van ze en kan ik gewoon niet wegblijven. De cosmetic-a-holic in mij moet regelmatig bevredigd worden.

Wraakrelatie

Soms zie ik vanuit mijn ooghoek een maand/weekblad liggen waar ik eigenlijk gewoon vanaf zou moeten blijven. Nu is dat mij niet gelukt. Ik blader weleens in de zogenoemde ‘huisvrouwen magazines’ van mijn moeder, meestal gewoon voor de make-up tips of om me te verbazen over de absurdheid van “de laatste mode”. Vanochtend lag de Marie Claire op tafel en ik besloot er weer eens doorheen te bladeren. Ik stuitte op het artikel ‘Revanche!’ met als ondertitel “Waarom wegkwijnen van liefdesverdriet als je ook kunt opteren voor een wraakrelatie?” Mijn interesse was gewekt.

Na het hele artikel te hebben gelezen was ik met stomheid geslagen. De schrijfster van deze tekst, Eline Heere, beweert dat een wraakrelatie goed is voor je zelfvertrouwen, daarnaast zou je ex beseffen dat hij een grote fout heeft gemaakt door jou te laten gaan. Ik kan me hier prima wat bij voorstellen, alleen ga je op dat moment wel over een lijk: het lijk van je ‘rebound’.
Als je ex-vent nou is vreemdgegaan verdient hij inderdaad een opdonder, maar moet daarbij ook het gevoel van je nieuwe lover op het spel staan? Nee. Dat is gewoon lullig en een gevalletje ‘quid pro quo’, want wie zegt dat hij geen wraak zal nemen als hij er achter komt dat je hem ‘getoyed’ hebt? Verderop in het artikel staat inderdaad, in één schamel zinnetje, dat je moet zorgen dat de agenda van je wraakrelatie hetzelfde is als dat van jou. Maar zeg nou eerlijk, zou jij in een relatie stappen als iemand  zo op je afstapt: “Zeg, zin om mijn ex even flink jaloers te maken?” Ik in ieder geval niet.

Na enkele tussenkoppen gelezen te hebben als ‘Wraak werkt!’, ‘De geschikte minnaar’ ‘zoek een minnaar die bij je ex werkt als een rode lap op een stier’ en ‘Show-off op Facebook’ tintelt mijn hand en is mijn gezicht rood van het facepalmen. Een jaloerse ex kan erg leuk zijn, maar hij zal er echt niet wakker van liggen als ook hij een nieuwe lover heeft die net die tien kilootjes lichter is en wel een natuurlijk blonde haarkleur heeft. Een rebound en een jaloerse reactie van je ex geeft jou een tijdelijke opkikker maar uiteindelijk zal je de break-up toch in je eentje moeten verwerken. Life’s a bitch you can’t fuck. En ik blijf voortaan weer netjes van die magazines af.

Stockholmsyndroom

Jarenlang word ik geteisterd door 1 specifiek element: wiskunde en alles wat met cijfertjes te maken heeft.  Opleidingen heb ik afgekeurd omdat ze verplichte vakken aanboden waar ‘affiniteit met cijfertjes’ een vereiste was. Totdat ik op de opleiding Communicatie stuitte. Geen cijfertjes! Dacht ik. Ik schreef me in en tijdens periode 2  van jaar 1 kwam het slechte nieuws wat insloeg als een bom. Dit had ik niet ingecalculeerd: Financieel Management.

Huilend heb ik in een hoekje gezeten, de lessen werden voor mijn gevoel in het Chinees gegeven en ik voelde me een 0 tussen allemaal 1’en. Het 1e tentamen was een ramp, zoals verwacht kreeg ik een paniekaanval opgevolgd door een black-out. Uiteindelijk had ik een 1,0 voor de moeite. Tijdens het tentamen heb ik na mijn paniekaanval maar een tekening gemaakt voor de leraar. Dat was een schat van een vent. Het was een karikatuur met een mes tussen zijn ogen. Gelukkig kan ik ook niet geweldig tekenen, anders was ik vast op het matje geroepen. Moet hij mijn klasgenootjes maar niet dom noemen. Want ja, wij als cijferkundig analfabeten kunnen natuurlijk nooit een Financieel Management tentamen halen als we vragen stellen!
Het 2e tentamen ging al wat beter: een 2,0, dus een toename van 100%! Vanaf dat moment zat er een stijgende lijn in. Zo ging dat 2 officiële tentamens en 1 extra kans door. Nu, woensdag 31 oktober 2012 ben ik aan mijn op 1 na laatste kans toe. Met mijn laatste cijfer, een 5,0, begin ik er wel een beetje meer vertrouwen in te krijgen.

De afgelopen 7 weken ben ik haast non-stop bezig geweest met leren. Waar eerder tranen vielen, vallen nu alle cijfertjes op hun plek. Ik droom er over, het is het 1e waar ik aan denk als ik wakker word en het laatste als ik ga slapen. Ook is zo’n beetje het 1ige waar ik nog over praat met mijn vrienden en familie. Het ligt op mijn bureau, het zit onder mijn huid. Ik kom het tegen onder de douche en op straat. Ook kijk ik minimaal 3 keer per dag op mijn bankrekening om te kijken wat mijn liquiditeit is. In de supermarkt bereken ik wat de 35% korting is en op de weegschaal maak ik de balans op.

Op 31 oktober 2012 hoop ik deze ongewenste relatie te hebben beëindigd. Financieel Management. Onze wegen moeten hier in 2’en splitsen. Het is mooi geweest. Mijn gijzelnemer, mijn stalker, mijn verlossing. Ik laat het voor 1’s en voor altijd achter me. Ik hoop dat ik met al die vrije tijd die ik straks ga hebben, het gat in mijn emotionele begroting kan dichten.

 

Op 1 november kreeg ik het goeie nieuws. Ik heb het tentamen inderdaad gehaald met een 6,7. De wonderen zijn de wereld nog niet uit!

Terug naar de natuur

©Hans Libbers

Als typisch stadsmeisje zijnde is het iets waar ik nauwelijks bij stil sta: de natuur. Natuurlijk, het komt vaak langs in het nieuws als er weer een olieramp is, de Noordpool verder smelt of er weer een inzamelingsactie is voor troep dat aan komt spoelen vanuit de zee. Dat lijkt allemaal zo ver weg, net zoals oorlogen en moorden. Het staat ver van je bed. Lijkt. Verder wordt er nauwelijks meer iets aan de natuur gedaan en het begrip  ’natuurwandeling’ wordt vaak genoeg in de volksmond gebruikt als ‘een zondagmiddag wandelingetje met de hond en familie in het park’.

Gek eigenlijk, dat wij gewoon zijn vergeten wat de natuur werkelijk is. Een park is geen bos. En een weide houdt niet op als er geen paarden, koeien of schapen meer op staan. Dat is namelijk gewoon een weiland.
Wij Randstedelingen vinden het wel makkelijk dat je binnen een kleine twintig minuten alle primaire en secundaire levensbehoeften in huis kan hebben gehaald. Alles staat namelijk gewoon voor je neus als je naar buiten loopt. Winkelstraten in overvloed. Je hoeft trouwens niet eens meer naar buiten, want wij hebben internet en alles wordt tegenwoordig thuis bezorgd.

Een collega van me woont op een boerderij, haar familie kweekt zelf groenten en slacht eigen vee voor het avondeten – niet elke dag natuurlijk – Wij zien dat als een bijzonder iets. Dat zou het helemaal niet moeten zijn.  Ook hebben wij tegenwoordig ruimte voor vegetariërs en veganisten. Niets tegen de keuze voor deze leefwijze, maar ‘vroeger’ hoefde je dat niet te proberen. Om een internetplaatje te quoten: “Vegetarian: Old Indian word for ‘Bad Hunter’ ”. Natuurlijk leefden vele volken ook op vruchten, maar that’s not really the point here.

Soms heb ik de behoefte om een lange boswandeling te maken. Met blote voeten door het gras te lopen, poedeltje naakt de regendruppels op mijn huid te voelen, de geur van de natuur in me op te nemen zonder dat dit verkloot wordt door benzinelucht. In de verte  te kunnen kijken zonder een skyline van gebouwen te zien. De nacht tegemoet zien zonder luchtvervuiling. Niet te hoeven letten op de tijd en te eten van wat de natuur mij brengt. Geen hordes mensen, geen stad, geen Subway, geen Thuisbezorgd.nl. Gewoon terug naar de natuur.

%d bloggers liken dit: